VAN DIENST

click here for English

VAN DIENST

VAN DIENST

OP EEN HETE ZOMERDAG BIJ HET MEER IN HET BOS, VLOOG DE LIBELLE.
“Het is zo warm”, zei de libelle tegen het schaap dat aan de waterkant verkoeling zocht.
“Ja”, zei het schaap terwijl hij zich nog eens loom uitrekte. De libelle vloog nog een rondje rakelings over het water voor zoveel mogelijk verfrissing.
“Nounou”, zei de libelle toen ze weer even neerstreek bij het schaap en ze pufte nog wat na.
“Benauwd”, zei ze ook nog.
“Ik ben blij”, zei het schaap, “dat ik in het voorjaar altijd mijn jas wegscheer”.
“Jaja”, zei de libelle, “jij hebt het voor elkaar”, en hup daar schoor ze nog maar eens een rondje over het water.
Op het middaguur, als de zon het hoogst stond en het hardst brandde, dan verkoelden ook die vluchten niet meer. De libelle probeerde wat te slapen in de schaduw.
“Hehe”, zuchtte ze, “even rust, het is hard werken hoor, dat warme weer”.
Toen hoorde ze de cicade die vlakbij begon te tjirpen. Met grote overgave van hart en ziel en lijf en leden maakte hij zijn muziek, een ode aan de zon. De libelle vond het schel en overdreven. Het snerpte in haar oren.
“Cicade”, smeekte de libelle, die te moe was om zelf naar een andere plek te vliegen, wat ze eigenlijk wel zo beleefd vond, “wil je dat alsjeblieft ergens anders doen?”
“Da’s muziek van de zomer, da’s een warmtedans”, probeerde de cicade zichzelf te verkopen, “kijk, als ik mijn membranen laat vibreren, komen er prachtige klanken. Cool toch!”
“Dat snap ik”, zei de libelle, “maar ik verkoel toch ook geruisloos. Waarom al die bombarie?”
Voor zoveel onbegrip zwichtte de cicade en vloog weg. Een eind verderop sloeg hij weer in volle glorie aan het muziek maken.
“Kan het ook wat zachter?” klonk het uit een holletje.
Deze keer vloog de cicade maar meteen door en liet bedroefd zijn hoofd zakken.
“Dag cicade”, zei de giraffe.
“Jaja, ik ga alweer”, zei de cicade, die nauwelijks opkeek.
“Waarnaartoe?” informeerde de giraffe belangstellend.
“Weg”, zei de cicade, “iedereen heeft last van mijn enthousiasme”.
“O”, zei de giraffe, “dan ga je zeker naar het Zuidbos?”
“Waar is het Zuidbos en waarom zou ik daar heengaan?” vroeg de cicade nog steeds bedroefd.
“Pal richting zon”, zei de giraffe, “en er zijn er daar heel veel die muziek maken zoals jij, de hele dag door”.
“Echt waar?” vroeg de cicade die zijn hoofd ophief in hoopvolle verbazing.
“Ik heb het onderzocht en het klopt echt”, zei de giraffe.
“Dan vertrek ik meteen”, zei de cicade, “bedankt giraffe”. En weg was hij, de zon tegemoet.
“Geen dank”, zei de giraffe nog en liep door, blij dat hij met zijn onderzoek-en-kennis de cicade van dienst had kunnen zijn.


Klik op de video om deze fabel voorgelezen te horen.
Je blijft op deze pagina, dus je kunt luisteren naar de video terwijl je de woorden meeleest.

Ik ben gegrepen door de dierenverhalen van Toon Tellegen en toen ik iemand een boek van hem kado gaf, deed ik dat vergezeld gaan van eigen schrijfsels in deze stijl. Zo zijn mijn eigen fabels ontstaan, met eigen dieren en karakters, maar geïnspireerd door de boeken van Toon, hij heeft de toon gezet. Misschien ontwikkelt zich hier een parallel universum van zijn dierenbos 🙂

Een deel van deze fabels is gepubliceerd geweest in de Mensaberichten, het toenmalige clubblad van de vereniging Mensa Nederland.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *